Cursus op locatie
Online cursus
Thema's
Docent
Mijn cursussen

De Congo-crisis van 1960
Mislukte dekolonisatie

Na bijna vijftig jaar kolonisatie komt midden jaren 50 het Congolese nationalisme op en wordt het proces van dekolonisatie ingezet. Hoe heeft de Belgische regering die dekolonisatie aangepakt? Na de onafhankelijkheid barst de Congocrisis los. Door de tussenkomst van de VN krijgt die een internationaal karakter en wordt die een onderdeel van de Koude Oorlog.

Peter Verlinden

Peter Verlinden

PETER VERLINDEN is auteur van reisboeken over Oman, de Verenigde Arabische Emiraten en de Canadese provincie Québec, en publiceerde werk over Centraal-Afrika en zijn geschiedenis, politiek en menselijke dramatiek. Hij wordt beschouwd als de Afrika-expert van de VRT en doceert het vak 'Media en Internationale Conflicten' aan de KU Leuven. In 2015 publiceerde hij samen met zijn echtgenote Marie Bamutese 'Marie : overleven met de dood', een autobiografische blik op de stille genocide die in 1996 de Rwandezen trof. Zijn jongste boek heet ‘Zwarte trots, witte schaamte? - Over kolonialisme en racisme’, waarmee hij een aantal bijzonder actuele en controversiële thema’s aansnijdt. 

Cursussen van deze docent

Lees het eerste hoofdstuk

Koning Leopold II en Kongo-vrijstaat (1885-1908)

Geen enkele ernstige historicus verdoezelt nu nog de ware aard van het bewind van Leopold II over Kongo-Vrijstaat. Trouwens, een halve eeuw geleden en meermaals herhaald, onder meer in zijn meesterwerk Congo - Mythes et réalités (1989), beschreef Jean Stengers al bijzonder nauwkeurig en onderbouwd waar het Leopold precies om ging: de rijkdommen van zijn Afrikaanse domein exploiteren ter meerdere eer en glorie van ‘zijn’ België. De tentoonstelling ‘Brussel, Breken, Bouwen’ toonde dat in 1979 al overtuigend aan, toen om de tweede koning der Belgen te eren voor zijn visionaire kracht als ‘stadsbouwer’. In die zin nam Leopold II dus een voorbeeld aan de manier waarop de Nederlandse kolonisatoren tewerk gingen in Java (Nederlands-Indië): het was de koloniale staat die voor een belangrijk deel de grondstoffen, de exploitatie en de handel beheerde en zo de winsten ervan opstreek.



KOPPIGE KONING

Getrouw aan zijn koppig karakter liet de koning zich niet ompraten door moedige medewerkers, die vonden dat deze aanpak ongepast was en vroeg of laat het koninklijk imago zou beschadigen. Zelfs de woorden van Albert Thys werden door de koning in de wind geslagen. Thys was nochtans een sleutelfiguur voor Leopold bij de ontsluiting van Kongo-Vrijstaat met het oog op een rendabele exploitatie. Hij was de man die de spoorweg aanlegde tussen de havenstad Matadi en Kinshasa en zo de handel mogelijk maakte met het binnenland (want de stroom bleek over dat cruciale traject onbevaarbaar). Het huidige Mbanzu-Ngungu, ongeveer halfweg op dat traject, werd oorspronkelijk naar hem genoemd: Thysstad. Albert Thys getuigde na de dood van de koning dat hij hem herhaaldelijk had aangesproken over die al te drieste exploitatie van de grondstoffen van Kongo-Vrijstaat, in die jaren vooral ivoor en rubber, en dat de Nederlanders zich intussen schaamden over hun koloniale verleden. Waarop de koning zou geantwoord hebben dat hij wel boetedoening zou doen als hij oud was. Die boetedoening is er nooit gekomen.







Standbeeld van Leopold II in Belgisch-Kongo

‘LE ROI-BATISSEUR’

Toch leverde Kongo-Vrijstaat niet meteen de grote winsten op die de koning zich had voorgesteld. Integendeel. In 1890 en 1895 moest België telkens bijspringen met leningen om niet failliet te gaan. Pas toen de vraag naar rubber op de wereldmarkt spectaculair toenam, begonnen de winsten binnen te stromen. Rubber werd vanaf het einde van de 19de eeuw op industriële schaal gebruikt voor fietsbanden en later voor autobanden. De rubberexploitatie was een monopolie voor de koning zelf – in tegenstelling tot andere economische activiteiten die ook in handen waren van privébedrijven. De winsten op de rubberverkoop liepen al snel in de miljoenen goudfranken per jaar. De koning gebruikte die vanaf 1902 om zijn grote droom te verwezenlijken: zijn stempel drukken op Brussel in de vorm van grote bouwwerken.



PRESTIGIEUZE BOUWWERKEN


Zijn ‘Fondation de la Couronne’ (‘Kroonstichting’ vanaf 1891, daarvoor ‘Kroondomein'), eigenaar van zowat een kwart van het grondgebied van Kongo-Vrijstaat, trad op als bouwheer voor onder meer de Triomfboog van de Cinquantenaire, het museum in Tervuren (het huidige AfricaMuseum), de uitbreiding van het kasteel van Laken, de Japanse Toren en het Chinese Paviljoen en ook verschillende bouwwerken in Oostende zoals de Koninklijke Villa, de promenade, het golfterrein en de hippodroom. De opbrengsten van Kongo-Vrijstaat vloeiden voor een deel dus rechtstreeks naar die prestigieuze monumenten. Dat leidde tot grote ergernis van niet alleen de Belgische regering, maar ook van de kolonialen in Kongo (zowel de bedrijven als de individuele avonturiers en de missionarissen). Zij pleitten ervoor om meer opbrengsten te investeren in Kongo-Vrijstaat zelf, in wegen en spoorwegen, in ziekenhuizen en scholen. Let wel, niemand hield een – openlijk – pleidooi tegen de kolonisatie op zich. Het ging erom waar de opbrengsten naartoe moesten gaan. Maar de koning hield koppig vol en zou zo uitgroeien tot ‘le Roi batisseur’ zoals overtuigend tentoongesteld zeventig jaar na zijn dood in ‘Brussel, Breken, Bouwen’. Voor alle duidelijkheid, Leopold II heeft zich op die manier dus ook niet persoonlijk verrijkt aan zijn Kongo-Vrijstaat, zoals nochtans jaren later dikwijls beweerd. Hij bouwde geen eigen fortuin op, maar besteedde de winsten van zijn Afrikaanse domein in belangrijke mate aan de majestueuze bouwwerken die vooral Brussel en Oostende gemaakt hebben tot wat zij vandaag nog altijd zijn.