Cursus op locatie
Online cursus
Thema's
Docent
Mijn cursussen

Brussel in 2020: hoofdstad en wereldstad

Waarom is Brussel onze hoofdstad geworden? Schrijfster en historica Brigitte Raskin vertelt je hoe dat ver voor het begin van België al vastlag. En hoe België in elkaar zit: de machten van ons land worden zichtbaar in een straal rond het Brusselse Warandepark. Brussel is niet alleen onze hoofdstad, maar ook een wereldstad met een smeltkroes van culturen en nationaliteiten. Journalist en documentairemaker Pascal Verbeken toont je hoe cosmopolitisch Brussel altijd geweest is. Ze vernieuwt zichzelf continu, van in de tijd van Karl Marx tot nu, in de multi-culturele wijken van Anderlecht en Molenbeek. Dat maakt van haar een moeilijke minnares...

Anne Peeters

Anne Peeters

Anne Peeters, journaliste en historica, verdiepte zich in de stadgeschiedenis van Brussel en schreef het Davidsfonds zomerzoektochtboek van 2020 over onze hoofdstad.

Cursussen van deze docent

Lees het eerste hoofdstuk

De machten in Brussel

BELGIË VOLGENS BRIGITTE RASKIN



ROUTE VAN DE WANDELING


Wandel van het Centraal Stationnaar het Warandepark. Begeef je naar het zuidwesten op de Kantersteen en neem de voetgangerstunnel. Sla rechtsaf naar de Baron Hortastraat, neem de trap na 70 meter en volg de flauwe bocht naar rechts om op de Baron Hortastraat te blijven. Wandel 40 meter en neem de trap. Sla rechtsaf naar de Koningsstraat.

Het Warandepark ligt nu aan je linkerkant. Wandel het park uit aan de kant van de Hertogstraat, waar je bij het Paleizenplein het Paleis der Academiën en het koninklijk paleisvindt. Wandel voorbij het paleis de hoek om naar links en je komt bij het Koningsplein. Van het Koningsplein naar het Justitiepaleisis het 800 meter wandelen, bijna helemaal in een rechte lijn. Verlaat het Koningsplein in de richting van de Regentschapsstraat. Volg die ruim zeshonderd meter, langs de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zege op de Zavel en later de Grote Synagoge van Brussel aan de andere kant. Neem dan op de rotonde de eerste afslag naar het Poelaertplein, waar het Justitiepaleis  ligt. Via de Wolstraat kan je langs het parket van de Procureur des  Konings Brussel en het Egmontpark– parallel met de Louizalaan – terugwandelen tot vlakbij het Egmontpaleis. Daartegenover ligt het park van de Kleine Zavel met het standbeeld van Egmont en Hoorne. Volg de Wolstraat verder tot de kruising met de Naamsestraat, ga linksaf en even verder rechtsaf, de Brederodestraat in. Je bent nu aan de achterkant van het Koninklijk Paleis en komt voorbij het Noorse chaletvan Leopold II. Loop de straat uit en ga aan het Troonplein rechtsaf, langs het monument voor Leopold II. Langs de Hertogstraat en door het Warandepark kan je nu doorstappen tot de Wetstraat. Dicht bij de befaamde N°16 ligt niet alleen het Waals Parlement, maar ook de achterkant van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. Wandel terug naar de Hertogstraat en blijf die volgen,  tot je aan je linkerkant de Leuvenseweg vindt, waar de voorkant van  de Kamer en Senaat aan je linkerkant liggen. Juist ervoor ligt het Vlaams Parlementaan je linkerkant. Voor het bezoekerscentrum wandel je via de Drukpersstraat door, tot je aan de kruising met de IJzerenkruisstraat rechtsaf slaat. Daar vind je de ingang op nummer 99.


BIO IN BULLETS


• Brigitte Raskin, historica, journaliste en schrijfster, is geboren in Aarschot in 1947
•  Getrouwd met Edgard Alsteens, de tweelingbroer van illustrator en politiek tekenaar Gerard Alsteens (GAL)
•  Moeder van drie – ondertussen volwassen – kinderen: Stijn, Korneel en Lotte
•  Studeert moderne geschiedenis aan de Katholieke Universiteit van Leuven
•  Raakt betrokken bij de beweging van mei ‘68 voor de vervlaamsing en de democratisering van de universiteit
•  Schrijft voor onder andere het progressieve weekblad
•  De Nieuwe, Knack, De Groene Amsterdammer, Randkrant en  De Zwijger
•  Is een aantal jaar hoofdredacteur van het maatschappijkritisch tijdschrift De Nieuwe Maand, als opvolger van socioloog Luc Huyse
•  Wordt lerares geschiedenis in het middelbaar onderwijs
•  Wordt in de jaren '80 bekend als panellid in het televisieprogramma Namen Noemen
•  Debuteert in 1988 met Het Koekoeksjong en wint meteen de AKO literatuurprijs
•  Historisch onderzoek is de basis van een aantal van haar boeken als De Gestolen Prinses uit 2009 over Margareta van Oostenrijk en haar nichtje Isabella en De Taalgrens: of wat Belgen zowel verbindt als verdeelt uit 2012


De geschiedenis van België? Die kent historica Brigitte Raskin op haar duimpje. Dat maakt haar de gids bij uitstek om te gaan ontdekken hoe de drie machten – de rechterlijke, de wetgevende en de uitvoerende – van Brussel een machtige hoofdstad maken.

Midden in het Warandepark, bij de fontein op het einde van de tweede dreef, ligt het punt waar je de drie machten van ons land letterlijk kan zien: het Parlement (of de wetgevende macht), het koninklijk paleis (of de uitvoerende macht) en de vergulde koepel van het Justitiepaleis (of de rechterlijke macht). Is er een betere plek om deze wandeling over Brussel als ‘machtige hoofdstad’ te beginnen? Volgens Brigitte Raskin alvast niet.

Brigitte Raskin: “Hier is het verhaal van België begonnen.”

Bij het bediendenpad bij de kleinere fontein – de weg waar ’s morgens werknemers van het Centraal Station naar hun werk in de Leopoldwijk wandelen – wacht ze ons op.

Brigitte Raskin: “In de woelige dagen van september 1830 is dit park een belangrijk onderdeel van het strijdtoneel rond de onafhankelijkheid van België. Op 25 augustus van dat jaar was in de Muntschouwburg vlakbij ‘De stomme van Portici’ opgevoerd. Als ze ‘Amour Sacré de la Patrie’ inzetten, raken de gemoederen verhit. Er breken spontane rellen uit tegen het beleid van de Nederlandse koning Willem I (1772-1843). De arme man was nota bene jarig op 25 augustus! Van 1815 tot 1830 hoorden we bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden: we zaten onder Hollands bewind.”

We wandelen verder naar het Academiënpaleis op de hoek van het park, vlakbij het koninklijk paleis.

Brigitte Raskin: “Dat Academiënpaleis is het voormalige paleis van Willem I. Willem deed het – economisch gezien  niet zo slecht. Hij stimuleert de industrie, zorgt voor beschermende toltarieven, investeert persoonlijk in de metaalindustrie en zwengelt investeringen nog verder aan via de door hem opgerichte industriebank ‘Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter begunstiging van de Volksvlijt’, die later in België herdoopt zal worden tot de Société Générale. Daarom liggen de gebouwen van de vroegere Generale Maatschappij – de vierde macht, de economische – vlakbij het paleis, in de Koningsstraat. Maar Willem is een verlicht despoot. En de liberalen – en met die term bedoel ik vrijdenkers onder invloed van de Franse Revolutie, ook katholieken konden dus liberaal denken – verzetten zich daartegen. Dat verzet tegen zijn autoritair beleid ontploft na de Stomme van Portici en Willem stuurt zijn zoon prins Frederik (1797-1881) naar Brussel met een leger van 12.000 man. Dat Hollandse leger had zich opgesteld in het Warandepark. Willem heeft de weerstand militair gezien niet goed ingeschat en aangepakt. Na vier dagen van gevechten rond en in het Warandepark blaast het Hollandse leger de aftocht. Op 4 oktober roept het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van België uit.”

Ondertussen wandelen we langs het koninklijk paleis.

Brigitte Raskin: “De oppositie tegen de autoritaire Willem I bloeit in het Zuiden, maar heeft zich verspreid over zijn hele koninkrijk. De Hollandse protestanten willen hun hegemonie niet kwijtraken, maar hoe moet dat met een land met 62% Belgen en 75% katholieken? Zo wordt de interne verscheurdheid alleen maar groter. En de internationale politiek zit Willem ook niet mee: in juli 1830 komt er in Frankrijk een liberale ‘burgerkoning’ aan de macht en waait de revolutionaire wind opnieuw door Europa, zoals ik uitleg in mijn boek De Taalgrens. Dat wakkert in Brussel de anti-Hollandse gevoelens nog meer aan. ‘Wij willen Willem weg. Wil Willem wijzer wezen, wij willen Willem weer.’ Nee dus. Na zijn nederlaag roept Willem nog hulp in van de landen die zijn koninkrijk hadden opgericht, maar in plaats van militair in te grijpen, roepen ze  in Londen een conferentie bijeen. En eind december wordt het koninkrijk van Willem gesplitst in België en Nederland. De Belgische Grondwet van 1831 geeft ons land vorm: het zal een koninkrijk worden met scheiding van de machten, een parlementair stelsel en volkssoevereiniteit, zij het met beperkt kiesrecht. Dus is er nog wel een koning nodig... De zoektocht daarnaar verloopt met calamiteiten, maar uiteindelijk vindt het Voorlopig Bewind in Leopold van Saksen-Coburgh- Gotha de ideale compromisfiguur voor Engeland, Duitsland én Frankrijk: de Duitse prins is weduwnaar van de Engelse kroonprinses Charlotte en verlooft zich gewillig met de oudste dochter van de Franse koning, Louise Marie van Orléans. De veertigjarige kersverse koning bestijgt de troon op 21 juli 1831, sindsdien onze nationale feestdag. Hij legt de eed af op de trappen van de kerk van Sint-Jacob-op-de-Coudenberg, hier een beetje verder aan het Koningsplein.”

Het meest historische plein van België

Het Koningsplein moet zowat het meest historische plein van België zijn. Aan de smalle zijde lag in de middeleeuwen het paleis van de Coudenberg, het verblijf van de hertogen van Brabant. Op haar mobiele telefoon zoekt Brigitte de afbeelding van een 16de-eeuws schilderij ‘Vue du Palais du Coudenberg depuis les jardins’. Op het dakterras van het instrumentenmuseum – het MIM ligt vlakbij – wijst ze hoe het vroeger geweest moet zijn.

Brigitte Raskin: “Op de achtergrond van het schilderij zie je de kerk aan de Zavel en het stadhuis. En ongeveer waar nu het Koningsplein ligt, lag vroeger het Balieplein, het exercitieterrein van het paleis op de Coudenberg. De Bourgondische hertog Filips de Goede bouwde de Aula Magna en de Habsburger Karel V bouwde de hofkapel, maar een grote brand in 1731 heeft alles verwoest. Het paleis ging in vlammen op. Alleen de kelder en de fundamenten zijn overgebleven. Op de plaats waar vroeger de hofkapel stond, vind je nu het BELvue museum over België en zijn geschiedenis. In het museum kan je afdalen naar de onderaardse ruimtes van de archeologische vindplaats van de Coudenberg. Als je goed kijkt op het schilderij, zie je ook het Isabellastraatje, een oude straat die het paleis van de aartshertogen Albrecht en Isabella verbond met de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele. Maria-Theresia legde het plein opnieuw aan in classicistische stijl, ter ere van haar zwager, de landvoogd Karel-Alexander van Lorreinen of Lotharingen. Toen liet de Parijse architect Gilles Barnabé Guimard het straatje overwelven bij de aanleg van het Koningsplein. Midden op het plein prijkte toen het standbeeld van Karel van Lorreinen, maar dat werd tijdens de Belgische Revolutie weggehaald. De kersverse regering besliste om overal in het land standbeelden neer te poten van grote figuren uit het ‘nationale’ verleden. Daarom staat er nu het ruiterstandbeeld van ‘Godevaert van Bullioen’ aka Go defroid de Bouillon, gemaakt door Eugène Simonis in 1848. Het bronzen standbeeld van Karel is verhuisd naar zijn voormalige woning, het paleis van Karel van Lorreinen aan het Museumplein, waar vroeger het paleis van Nassau stond. Nu is het Museum van de 18de Eeuw er gevestigd.”

Brigitte wijst naar de Sint-Jacobskerk: “Het Koningsplein is eigenlijk het centrale plein van Brussel. De lengte-as loopt van de Sint-Jacobskerk naar de spits van het stadhuis en nog verder de basiliek van Koekelberg. Dat bedacht Leopold II bij zijn nieuwe stadsplanning. De breedte-as verbindt het Jus- titiepaleis met het koninklijk paleis en het Parlement. De drie machten, he? Kom, we gaan naar het Justitiepaleis aan de Marollen.”

HET MACHTIGSint-Truiden. PLEIN VAN BELGIË


Rond het Koningsplein, tussen het koninklijk paleis en de Kunstberg, vind je de mooiste musea van België.

Onder het plein liggen de archeologische restanten van het vroegere paleis van keizer Karel. Je kan ze bezichtigen via het BELvue museum, de toegang ervan ligt aan het Koningsplein. www.coudenberg.com

Hier vind je ook het Museum voor Schone Kunsten. De toegang ligt in de Regentschapstraat. De gebouwen van dat grote museum lopen door tot aan het Museumplein. De meeste verdiepingen liggen onder de grond. Je kan er verspreid over vijf afdelingen een rijke en waardevolle  kunstcollectie van de 15de tot de 21ste eeuw komen bekijken. www.fine-arts-museum.be

Ceci n’est pas une pipe? Juist ja, dat wereldberoemde schilderij is van de surrealistische schilder René Magritte die in Brussel (Schaarbeek) gestorven is in 1967. Het Magrittemuseum is een afdeling van het Museum voor Schone Kunsten met een eigen ingang.  www.magritte.be

In het MIM of Muziekinstrumentenmuseum heb je vanop het dakterras op de achtste verdieping een prachtig panoramisch uitzicht over Brussel en het plein. Het museum is ondergebracht in Old-England, een voormalig grootwarenhuis in zuivere art-decostijl.  www.mim.be

Op de Galgenberg


Via de Regentschapstraat wandel je naar het Poelaertplein, waar het immense Justitiepaleis ligt. Het staat op een bijzondere plek: de Galgenberg, de plaats waar misdadigers in de middeleeuwen opgehangen werden.

Brigitte Raskin: “Ik vind het jammer dat de Galgenberg herdoopt werd tot het Poelaertplein. Want dat vind ik het opmerkelijkste aan het Justitiepaleis: het is gebouwd op de plaats waar tot in de zestiende eeuw mensen werden opgeknoopt, gevierendeeld, geradbraakt. Vlak bij de Galgenberg lag het Hellenstraetken en daar werd in de zestiende eeuw Andries Van Wesel geboren. Je kent hem wellicht beter als Andreas Vesalius, de grondlegger van de anatomie. Het verhaal gaat dat hij hier lijken kwam stelen om ze te ontleden, maar dat klopt niet. Hij is geboren en getogen bij het galgenveld van Brussel, maar zocht zijn eerste geraamte bij elkaar op het galgenveld van Leuven, waar hij studeerde. En zijn beroemdste dissecties deed hij in Italië, waar hij professor was.”



Ziezo, dat is ook weer rechtgezet. Maar hoe is dat gigantische gebouw hier terechtgekomen? Op 27 maart 1860 wordt een wedstrijd uitgeschreven voor architecten voor de bouw van een nieuw Justitiepaleis. Het oude – dat architect François Verly in 1818-1823 bouwde tussen de Grote Zavel en het Gerechtsplein – is te klein, te bouwvallig en te duur geworden. De jury vindt geen enkel van de 28 voorgestelde ontwerpen goed genoeg... dus is het jurylid Joseph Poelaert (1817-1879) zelf die het dan maar moet ontwerpen. Poelaert is een be- kende architect, die op dat moment al de Sint-Katelijnekerk en de reconstructie van de Koninklijke Muntschouwburg op zijn naam heeft staan. De eerste steen wordt gelegd op 31 oktober 1866. Poelaert ziet het groots: hij heeft hier op die heuvel een soort akropolis in gedachten, een Grieks-Ro- meinse tempel met gevleugelde leeuwen en sfinxen. Bovenaan zie je Athena, de Griekse godin van de wijsheid en niet Themis, de godin van het recht. Bovenop prijkt de koepel van  24.000 ton. Van daaruit heb je een panoramisch uitzicht op Brussel. Poelaerts’ plannen waren – zeker voor die tijd – be- hoorlijk megalomaan. Het was toen het grootste gebouw ter wereld, groter dan de Sint-Pietersbasiliek in Rome en hoger dan de Big Ben in Londen. In die tijd kwam daar al kritiek op: architect Victor Horta noemde het ‘cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal’. Hitler was een grote fan van het gebouw en baseerde samen met nazi-architect Albert Speer verschillende monumentale gebouwen voor zijn nieuwe Germania op het ontwerp van het Brusselse Justitiepaleis.


Poelaert zelf maakt het einde van de bouwwerken niet meer mee. Hij sterft in 1879, vier jaar voor de voltooiing in 1883. Hij is dan 62 jaar. Er wordt gefluisterd dat hij gek geworden is, maar hij stierf aan een beroerte. En aan uitputting, want met de bouw van zijn meesterwerk was hij dag en nacht bezig.

Brigitte Raskin: “De Marolliens noemden hem ‘de skieven architek,’ een verbastering van het Engelse chief architect. Ze waren razend op hem. Voor de bouw van het Justitiepaleis is een groot deel van de volkse Marollenwijk onteigend. Een sociaal drama. Ruim 100 jaar later, in 1969, waren er opnieuw plannen om nog een deel van de Marollen te onteigenen om het Justitiepaleis uit te breiden. Dat leidde tot de Slag van de Marollen: het massaal protest van de Marolliens heeft ervoor gezorgd dat die plannen niet doorgingen.”


Als je het Justitiepaleis wil bezoeken, wandel je niet meer binnen via de monumentale bronzen toegangspoort van 15.000  kilo, maar moet je een veiligheidspoortje passeren. Dan kom je in de indrukwekkende ontvangsthal, de salle des pas perdus. Die is 3600 vierkante meter groot, 90 meter lang en 40 meter breed. Je kunt er een vliegtuig in parkeren. Centraal zie je de grote windroos met zestien stralen.

Brigitte Raskin: “Die naam, salle des pas perdus, intrigeerde mij. Dus ging ik op zoek naar de oorsprong. Ik was eerst teleurgesteld toen ik ontdekte dat die naam helemaal niet  zo uniek is. Het vlinderpaleis in Antwerpen, het nieuwe gerechtsgebouw, heeft er ook eentje. Zelfs het Centraal Station in Antwerpen heeft er een. In architecten-terminologie is het ‘een grote verkeersruimte binnen een architectonische compositie die bedoeld is om grote stromen mensen te leiden’. In Frankrijk heeft elk Justitiepaleis dat die naam een beetje waard is zo’n va-et-vient-ruimte. Andere paleizen hebben die ook, zelfs het Palais Bourbon of l’Assemblée Nationale in Parijs. Waar komt de naam vandaan? Letterlijk vertaald betekent het ‘de zaal van de verloren passen’, maar zou het echt zo eenvoudig zijn? In Le Guichet du Savoir las ik dat in de tijd van Lodewijk XVIII kandidaat-volksvertegenwoordigers nu eens niet en dan weer eens wel verkozen werden. Ze moesten niet te snel als verloren worden beschouwd, maar waren des representants pas perdus. Ze zouden wel weer opgevist worden. Een zaal voor niet-verkozen politici? Ik zoek nog even verder en kom uit bij Eleonore van Aquitanië in de twaalfde eeuw. Op het einde van haar leven laat ze in haar paleis in Poitiers een eetzaal bouwen van wel 50 meter lang en 17 meter breed. De grootste zaal van Europa in die tijd. Zo groot, dat het geluid van voetstappen bij het begin meteen gedempt wordt, je hoort ze niet meer. En kijk, tegenwoordig is het vorstelijke paleis van Poitiers een Justitiepaleis... met een salle des pas perdus.”



Down-town Brussel

Het Justitiepaleis is tegen de flank van een heuvel gebouwd, er moet daardoor een hoogteverschil van zo’n twintig meter tussen de voor- en achterkant weggewerkt worden. Aan de voorkant heb je verdieping een en twee, aan de achterkant drie en vier. De magistrale trap binnen telt daarom meer dan 100 treden. De Miniemenstraat is hellend aangelegd, zodat je met paard en koets het Justitiepaleis kon bereiken. Het Justitiepaleis ligt op de grens van de benedenstad- de arme Marollenwijk – en de uptown buurt van de Zavel, waar de  adel en de welgestelde mensen in de vorige eeuwen graag hun paleizen en statige herenhuizen neerpootten. In de benedenstad zat de handel en de industrie en de Grote Markt. De bovenstad, dat was het administratieve en bestuurlijke centrum, het centrum van de macht.

Tijd om via het Egmontpaleis terug te wandelen naar de Kleine Zavel. In dat stadspaleis aan de Wolstraat zit nu het Ministerie van Buitenlandse Zaken. In 1977 ondertekende de regering Tindemans II er het Egmontpact over de Belgische staatshervorming. In het paleis worden buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders ontvangen als ze ons land bezoeken. Het Egmontpark dat erachter ligt, is relatief onbekend, maar vrij toegankelijk en een heerlijk rustig stukje groen in Brussel. In de orangerie kan je zelfs gaan eten. Het oorspronkelijke stadspaleis werd vanaf 1560 opgetrokken in opdracht van Lamoraal van Egmont.


IN DE TUIN VAN HET PALEIS

Het Egmontpark is een publiek, maar goed verborgen stukje groen in de Brusselse binnenstad. In het oorspronkelijke koetshuis van het Egmontpaleis zit nu de Orangerie, een heerlijke plek om rustig te lunchen. Op het grote grasveld – het hele park is maar liefst 1,5 hectare groot – liggen bij mooi weer mensen te zonnen, te lezen en te babbelen. Vanop het terras kijk je uit op het Egmontpaleis. Tijdens de week is de Orangerie enkel ’s middags open, in het weekend kan je er brunchen.

L’Orangerie du parc d’Egmont
Waterloolaan
1000 Brussel
www.lafabriqueresto.be


De onfortuinlijke graaf van Egmont


Het standbeeld van diezelfde graaf van Egmont en zijn kompaan graaf van Hoorne vind je in het parkje in de Kleine Zavel vlakbij. Egmont en Hoorn, wie waren dat ook alweer?

Brigitte Raskin: “Die twee Nederlandse edellieden leefden in de tijd van keizer Karel en zijn zoon Filips II. Onder Karel V was Lamoraal, vierde graaf van Egmont, een belangrijke militair en lid van de Orde van het Gulden Vlies. Net als Filips van Montmorency, graaf van Hoorn. Toen Filip II vanaf 1555 zijn vader opvolgde, gingen de poppen aan het dansen. Filips bestuurde de Nederlanden vanuit Spanje. Hij voerde een cen- tralisatiebewind en ontnam de invloedrijke adel steeds meer voorrechten. De edelen, met prins Willem van Oranje op kop, gingen uiteraard in het verzet. Filips voerde daarnaast ook een steeds fellere strijd tegen al wie niet katholiek was. In zijn opdracht richtte de hertog van Alva hier een speciale rechtbank op, de Raad van Beroerten of de Bloedraad. Die hardvochtige landvoogd liet Egmont en Hoorn onthoofden op 5 juni 1568, om een voorbeeld te stellen voor alle opstandige edelen. Het standbeeld van Egmont en Hoorn stond tot 1879 voor het Broodhuis op de Grote Markt, de plek waar ze onthoofd werden, maar is daarna overgebracht naar de Kleine Zavel, voor het oude paleis van de familie van Egmont. Het is dramatisch: de kunstenaar Karel August Fraikin heeft hen uitgebeeld op het moment waarop ze naar het schavot worden geleid. Egmont heeft zijn hoed op zijn hoofd en een zakdoek in zijn hand. Hoorn legt zijn hand op de schouder van de graaf.”

In 1890 legt architect Hendrik Beyaert het parkje opnieuw aan. Die ontwierp ook de 48 beeldjes op de omheining die de middeleeuwse beroepen van de stad voorstellen. In de nissen die het standbeeld flankeren zie je nog tien andere tijdgenoten uit de 16de eeuw. Een aantal van hun namen doen zeker een belletje rinkelen: Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, de medewerker van Willem van Oranje die begon met de Nederlandse  vertaling van de Statenbijbel; Abraham Orts, beter bekend als Ortelius, en Gerard Cremer of Mercator, allebei geograaf en cartograaf; Rembert Dodoens, de plantkundige... En Willem de Zwijger, graaf van Nassau en prins van Oranje, de leider van de opstand tegen Spanje. En nog een stukje vaderlandse geschiedenis: het parkje hier werd ingewijd op 20 juli 1890, aan de vooravond van de Belgische nationale feestdag.

Leopold II: de (omstreden) koning-architect

Het is niet toevallig dat het plantsoen aan de Kleine Zavel juist in de regeerperiode van koning Leopold II werd gerenoveerd. De koning-architect nam de hoofdstad stevig onder handen met grootse urbanisatieplannen. Het koninklijk paleis, het kasteel van Laken met de koninklijke serres, de basiliek van Koekelberg, de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken, het Justitiepaleis, de Tervurenlaan, het Afrikamuseum in Tervuren, de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten en het Jubelpark: Leopold II was de opdrachtgever. Via de Karmelietenstraat wandelen we ondertussen terug naar de Brederodestraat, aan de achterkant van het koninklijk paleis.


Brigitte Raskin: “De figuur van Leopold II is ondertussen erg omstreden. Het geld voor al zijn bouwwerken haalde hij uit zijn persoonlijke kolonie, hij was de stichter en de eigenaar van de Onafhankelijke Congostaat. Oorspronkelijk verdiende hij zijn geld met de inzameling en verhandeling van ivoor, maar daarna kwam het van de rubberplantages. Het immense persoonlijke fortuin van de vorst kwam er ten koste van de inheemse bevolking, die mishandeld werd op die plantages. Verminkingen, executies, martelingen, verkrachtingen, uithongering, mishandeling, handen en hoofden die afgehakt werden... Volgens schattingen ging het over drie miljoen slachtoffers, de Amerikaanse historicus Adam Hochschild – die het boek King Leopold’s Ghost schreef, dat Ben Affleck nu verfilmt – had het zelfs over tien miljoen  slachtoffers. Het werd een internationaal schandaal. De druk op Leopold II werd steeds groter en daarom droeg hij op het einde van zijn leven met fikse tegenzin zijn persoonlijke kolonie over aan de Belgische Staat. Vanaf 1905 tot 1960 heette de kolonie Belgisch Congo.”


De achterkant van België


Hier in de Brederodestraat, aan de achterkant van het koninklijk paleis, vind je iets merkwaardigs.

Brigitte Raskin: “Dit is de achterkant van België. Hier zit niet alleen de dienstingang van het koninklijk paleis, nee. Hier is meer aan de hand. Recht tegenover het herenhuis op nummer 21, waar de Koning Boudewijnstichting zit, zie je een merkwaardig bouwsel: het Noorse chalet. Eind 19de eeuw had koning Leopold dat huis op nummer 21 gekocht om er zijn administratie van de Congo-Vrijstaat te doen, maar in 1906 liet hij een Noorse chalet in zijn achtertuin optrekken. De – uiteraard Noorse – architect was Ivar A. Knudsen. Zijn paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs had indruk  gemaakt op de vorst. Vanuit zijn chalet leidde hij persoonlijk het bestuur van zijn privé-kolonie. Zie je de vijfpuntige ster in het houtwerk van de eerste verdieping? Op 30 december had hij zelf de nationale Orde van de Afrikaanse Ster ingesteld, ‘tot beloning van de diensten aan de Onafhankelijke Congostaat en in het algemeen aan de zaak van de Afrikaanse beschaving’. Dat klinkt nu behoorlijk wrang, natuurlijk.”

Toen de chalet gebouwd werd, was die niet zichtbaar vanaf de straat. Maar tussen 1953 en 1971 zijn er een aantal huizen afgebroken en is het gebouw buiten de omheining van het koninklijk paleis komen te liggen.

In vogelvlucht: van 1830 tot nu

Van Leopold I tot Filip I: ondertussen is er heel wat gebeurd in België. De koning speelt nog altijd een centrale rol in ons democratisch systeem. De trias politica bestaat naast de rechterlijke macht nog uit de wetgevende macht en de uitvoerende macht. Het Parlement en de koning oefenen die wetgevende macht uit en besturen het land. De uitvoerende macht berust volgens de grondwet bij de koning, maar in praktijk is het de regering. Hoe werkt dat?

Brigitte Raskin: “In België liggen de wetgevende en de uitvoerende macht wel dicht bij elkaar – dat mag je ook letterlijk nemen. In de befaamde Wetstraat nummer 16 huist het bureau en het kabinet van de premier en de Kanselarij. Een riante traphal, vergaderzalen voor de minister, het kernkabinet en de pers: dat vind je in het pand dat Louis-Eugène De Ligne in 1847 aan de Belgische staat verkocht. De oude ministerzaal – die ook De Doodskist werd genoemd door de vorm van de tafel die er stond – werd gebruikt tot in de jaren  60. Onder het dakgebinte zit nu de nieuwe ministerraadzaal die door Guy Verhofstadt in 2007 is ingericht. En dan zijn er nog de Lila-zaal – met een lila plafond – en de perszaal die in 1992 door het kabinet van Jean-Luc Dehaene in de kelders is geïnstalleerd. Die kreeg als bijnaam De Bunker.”

“In diezelfde Wetstraat ligt ook het Federaal Parlement, alleen door het befaamde Warandepark van het koninklijk paleis gescheiden. Bij de Belgische Revolutie vestigde het voorlopige Bewind en het Nationaal Congres er zich en sinds 1831 zetelen de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat er. Dan hebben we het over het unitaire België, natuurlijk. Vanaf 1978 is het afgelopen met de unitaire staat, sindsdien spreken we van federaal België.”


Ondertussen zijn we gearriveerd bij het Bezoekerscentrum van het Vlaams Parlement. Waarom is er eigenlijk een Vlaams én een Waals én een federaal – of zeg maar Belgisch – parlement?

Brigitte Raskin: “Dát is dus die Belgische politieke geschiedenis in een notendop. In het prille België was het allemaal in het Frans te doen. De nieuwe grondwet die op  7 februari 1831 werd afgekondigd, was uitsluitend in het Frans opgesteld en kreeg alleen een niet-officiële vertaling in het Nederlands, ook al waren de Nederlandstaligen  in de meerderheid in het nieuwe België. Het Nederlands werd niet erkend als landstaal. Dat veroorzaakte een nooit meer te lijmen barst in het jonge België. Een Vlaamse grieven- commissie verzamelde vanaf 1854 op aandringen van koning Leopold I alle klachten rond het gebrek aan tweetaligheid in bestuurszaken, in het onderwijs, in het leger en in de rechtspraak. De liberale regering van Charles Rogier (1800-1885) veegde die klachten resoluut weg. In 1860 werden Jan Coucke en Pieter Goethals, twee Vlaamse arbeiders, ter dood veroordeeld wegens roofmoord. Van een eerlijk proces kon geen sprake zijn: de beschuldigden spraken geen woord Frans en begrepen niet eens wat hen ten laste werd gelegd. Na hun onthoofding werden de echte daders pas opgepakt.”



“Uiteraard verhitte dat de gemoederen. De Vlaamse beweging dringt door in het parlement als politicus Jan De Laet in 1863 als eerste politicus zijn eed als volksvertegenwoordiger in het Nederlands aflegt, maar pas in 1873 wordt de wet Coremans goedgekeurd. Dat is een wet die het taalgebruik in strafzaken regelt. Onder impuls van de Antwerpse advocaat en politicus Edward Coremans – naar wie de vorige wet vernoemd werd – en van de Gentse volksvertegenwoordiger Juliaan De Vriendt kwam er in 1898 de Gelijkheidswet, waarin bijna 70 jaar na het ontstaan van België het Nederlands naast het Frans erkend werd als officiële landstaal. Toch blijkt de taalstrijd daarmee niet gedaan, de taalwetten trekken op niets. Als de Vlamingen vragen om Nederlandstalige regimenten op te richten in het Belgische leger, verwerpt minister Charles De Broqueville dat in de Legerwet van 1913. De taalstrijd escaleert verder. Als Vlaamse frontsoldaten in de loopgraven van WOI de bevelen van de uitsluitend Franstalige officieren amper begrijpen, kost dat mensenlevens. De Duitse generaal Moritz Von Bissing grijpt de spanningen tussen de Franstaligen en de Vlamingen aan om verdeeldheid te zaaien en de Vlamingen achter het idee van het grote Duitse Rijk te scharen, waarin Vlaanderen haar plaats kan opeisen.”  “Die Flamenpolitik is het begin van een verrechtsing en radicalisering van een deel van de Vlaamse beweging die tot op heden doorloopt en leidt tot collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog en de repressie erna. De politieke impact daarvan maakt de taalstrijd tot een splijtzwam in de Belgische politiek. In 1962 legt de regering van Théo Lefèvre de taalgrenzen vast. Dat zijn er drie: eentje tussen Vlaanderen en Wallonië, een tweede rond Brussel en een derde tussen de Frans- en Duitstaligen in het oosten van het land. Deze taalgrenzen leggen de scheidslijn vast tussen de drie officiële landstalen: Nederlands, Frans en Duits. Met aan de Vlaams-Waalse taalgrens en rond tweetalig Brussel in sommige gemeenten faciliteiten, geldt in Vlaanderen en Wallonië voortaan het uitgangspunt ‘de streektaal is de voertaal’. En dat voor het bestuur, het onderwijs en de rechtspraak. Om dat toegepast te krijgen, eisen de Leuvense studenten in de late jaren 60: ‘Leuven Vlaams, Walen buiten!’ Begin jaren 70 wordt duidelijk dat de taalwetten en federalisering van het land op zich niet genoeg zijn: beide gemeenschappen willen een grotere bestuursautonomie en bevoegdheden. Dat leidt tot zes opeenvolgende staatshervormingen. Bij de eerste grondwetsherziening van 1970 worden drie cultuurgemeenschappen opgericht. Bij de tweede staatshervorming in 1980 worden die cultuurgemeenschappen de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschappen, met elk hun parlement en hun regering.”


In de koepelzaal van het Vlaams Parlement staat een groepje kinderen te luisteren naar de gids. “Hoeveel staatsvormingen hebben we al gehad?” “Zes”, zegt Brigitte ad rem. En ze voegt eraan toe: “Het resultaat is behoorlijk ingewikkeld. We zitten met een land met drie Gemeenschappen, zes regeringen, drie parlementen – het federale, het Vlaamse en het Waalse – en één koning.” De meerderheid van die overheidsinstellingen liggen op loopafstand van elkaar in Brussel.

ZO WERKT HET VLAAMS PARLEMENT


Waar staat het Vlaams Parlement voor? Hoe werkt het? Waarom bestaat er naast het federale of Belgische Parlement ook een Vlaams Parlement? In het Bezoekerscentrum in de historische Lokettenzaal kom je het allemaal te weten. Je ervaart er van binnenuit hoe onze democratie precies werkt en hoe je ook zelf je steentje kan bijdragen. Met een audiogids kan je er thema per thema ontdekken hoe het Vlaams Parlement werkt. Twee keer per dag (om 10u30 en 14u30) kan je een rondleiding volgen aan de Koepelzaal. Op woensdag kan dat niet, dan zijn er plenaire vergaderingen, maar je kunt dan wel plaatsnemen in de publiekstribune.


Bezoekerscentrum Vlaams Parlement
IJzerenkruisstraat 99
1000 Brussel
Het bezoekerscentrum is van maandag tot vrijdag open van 9 tot 17 uur en op zaterdag en tijdens de vakanties van 10 tot 17 uur.
Kom je met meer dan tien personen? Dan reserveer je het best als je de Koepelzaal wil bezoeken.
Tijdens de zomervakantie is het centrum gesloten van 22 juli t.e.m. 31 augustus.
www.bezoekerscentrum.vlaamsparlement.be